Over Upje.

Follow by Email

zondag 21 juli 2013

Negen jaar.


Op drie juli liet de koning aan ons land weten dat hij er de brui aan gaf. In tegenstelling tot bij onze Noorderburen, wilde hij er meteen korte metten mee maken. Nauwelijks achttien dagen later zou hij al aftreden, niet geheel toevallig op de nationale feestdag. Negen jaar geleden werd mijn zus 21 op drie juli. Op 21 juli van hetzelfde jaar overleed ze. Niet geheel onverwacht, want ze had kanker, maar toch veel sneller dan iemand ooit had kunnen denken toen ze nauwelijks vier maanden voordien de diagnose kreeg.

Negen jaar al. Er zijn dingen die ik me nog herinner alsof het gisteren was. Het vreemde, maar mooie afscheid, bijvoorbeeld. In de gegeven omstandigheden wilde ze echt sterven. Het vooruitzicht van veel pijn en nog meer ellende waren weinig aanlokkelijk. Ze had al aangegeven er actief een einde aan te willen laten maken, maar de natuur was ons toch weer net dat stapje voor. Als ze het echt hadden gewild, hadden ze haar nog wel weer kunnen oplappen, maar op haar vraag is dat dus niet gebeurd. Er waren geen honderd mensen, maar mijn zussen en mijn ouders en dat was het dan. We zeiden dat ze mocht gaan, dat het wel goed was. Ze stierf en we wisten allemaal dat dit was hoe ze het had gewild.

Intussen is er zoveel veranderd. Sindsdien zijn we allemaal afgestudeerd, hebben het huis verlaten, op een zus na hebben we allemaal een fijne levenspartner gevonden (waarvan er trouwens maar eentje haar ook kort heeft gekend ... vreemde gedachte), we zijn aan een lang werkleven begonnen en intussen beginnen we langzaam aan een volgende generatie. Mijn ouders zijn uit elkaar en mijn vader doet een heel andere job dan degene die hij een slordige 35 jaar heeft gedaan.

Ik denk niet meer iedere dag aan haar. Er vloeien niet meer echt tranen. Ze is er nog altijd, in onze herinneringen. Ook in onze gesprekken komt ze nog steeds voor. Straf eigenlijk, hoe vaak ge aan iemand een andekdote uit uw jeugd vertelt. Ze is er nog altijd, wanneer iemand vraagt met hoeveel kinderen wij thuis zijn. Altijd zeg ik vijf, hoewel er nu dus nog maar vier overblijven. En op sommige momenten denkt ge toch: “Dit doe ik voor u.” Als ge auditie gaat doen voor een koor met hoog niveau, bijvoorbeeld, omdat zij altijd geloofde dat ge zoiets zoudt kunnen.

Het enige dat me na negen jaar nog altijd kippevel bezorgt, is klarinetmuziek. Zij speelde klarinet en echt goed. Als ik dat hoor,  gaan mijn haren omhoog staan. Laatst hoorde ik dat haar grote klarinetidool was overleden. Dat deed me toch wel iets. Ook na negen jaar.

Ieder jaar op 21 juli denkt ge toch even terug, aan hoe het toen ging. Aan de periode die vooraf ging en de bizarre situaties die ge door heel de toestand hebt meegemaakt. Het is een triestig verhaal, maar het doet niet meer zoveel pijn. Ge wenst het niemand toe en ge hadt ook liever gehad dat het niet zo was afgelopen, maar uw dagen zijn niet met een zwart randje omringd of staan niet in het teken van. Het mooie dat ge samen hebt gehad, blijft over. Gelukkig niet de grote ellende. Het is goed nu. Echt.

 

 

2 opmerkingen:

  1. Ik lees dit met kippenvel op mijn armen. Ik vind het soms ook al zo'n raar idee dat Johan het merendeel van mijn grootouders niet meer gekend heeft en dat zijn dan verdorie nog grootouders, waarvan je weet dat die op een gegeven moment in je leven er niet meer gaan zijn en dat dat moment niet pas op je 80e zal zijn. Maar een zus...
    Wel mooi te lezen dat uiteindelijk toch het gevoel dat het goed is overblijft.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Oei, grootouders ... Die hebben wij geen van allen nog van elkaar gekend.
      Maar het is idd wel zo raar dat je dingen wilt vertellen of zeggen 'kijk, die lijkt op haar' en dat hij dan eigenlijk compleet geen idee heeft waar je het over hebt.

      Verwijderen